226_Sfeerbeeld-2-Yvonne-Segaar.jpg

Huurzaken

22-7-2011

Een vrijstaande woning voor € 223,85 per maand

Een mevrouw van 68 jaar oud huurt al meer dan dertig jaar van een particuliere verhuurster een vrijstaande woning met atelier, laatstelijk tegen een huurprijs van € 223,85 per maand. Dat is niet veel voor een woning, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2008 € 653.000,00 bedroeg en per 1 januari 2009 € 673.000,00. Het is tegen deze achtergrond niet verwonderlijk, dat de verhuurster iets anders met de woning wil. Ze heeft het plan opgevat de woning te slopen en te vervangen door nieuwbouw en vorderde daarom bij de kantonrechter beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik. Echter zonder succes.

In eerste aanleg had de kantonrechter de vordering van de verhuurder beoordeeld aan de hand van de maatstaf die vorig jaar door de Hoge Raad is ontwikkeld in het arrest van 26 maart 2010, WR 2010/56 (Herenhuis-arrest). In dat arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het enkele feit dat verhuurder een bouw- en renovatieplan wil uitvoeren nog geen grond oplevert voor het aannemen van dringend eigen gebruik, ook niet als de exploitatie van het verhuurde in ongewijzigde staat onrendabel is. Echter, - en dat is nieuw -, indien sprake is van een structurele wanverhouding tussen de exploitatiekosten en de huuropbrengsten kan het oordeel gerechtvaardigd zijn dat de verhuurder het verhuurde in verband met renovatie zo dringend nodig heeft voor eigen gebruik dat van hem, de belangen van beide partijen naar billijkheid in aanmerking genomen, niet kan worden verlangd dat de huurverhouding wordt voortgezet. 

In het geval van de vrijstaande woning met atelier stond (volgens verhuurster) tegenover een huuropbrengst van € 2700,00 jaarlijks een bedrag van € 8500,00 aan kosten. De kantonrechter oordeelde dat inderdaad sprake was van een structurele wanverhouding tussen de exploitatiekosten en de huuropbrengsten. Maar dat mocht de verhuurder niet baten, want na afweging van de belangen van huurder en verhuurder kwam de kantonrechter toch tot de slotsom dat van verhuurder niettemin kon worden verlangd “dat hij deze wanverhouding voortzet”.

De verhuurster is van dat vonnis in hoger beroep gegaan, maar ving ook bot bij het Gerechtshof Amsterdam, zo blijkt uit het op 29 juni jongstleden gepubliceerde arrest.

Volg YvonneSegaar op
Volg ons op linkedin!
© 2012 | Yvonne Segaar Makelaardij, 071 34 166 36
Powered by EYE-move